Acoustic Fishheads Club Tour

De acoustic fishheads clubtour van de Schotse zanger Fish voerde in mei ook langs vier Nederlandse zalen. Na Uden, Zoetermeer en Haarlem was Leeuwarden de vierde gig in de rij. Door een operatie aan zijn stembanden was de zanger genoodzaakt om het een tijdje rustig aan te doen en zijn zangstijl aan te passen. De oplossing werd gevonden in het geven van concerten in een akoestische setting. De tour begon in de herfst van 2010 en bestaat uit een aantal blokken van een stuk of 10 concerten. In 2011 was het na Engeland, Duitsland en Polen eindelijk de beurt aan de hondstrouwe aanhang in Nederland. Op maandag 16 mei jl. stond de charismatische zanger in het vernieuwde Citytheater Schaaf in Leeuwarden. Hij werd begeleid door toetsenist Foss Patterson en gitarist Frank Usher.

Het concert begon met een a capella uitvoering van Chocolate Frogs. Ik vond het een verrassende a-typische opener. Het concert kwam wat moeizaam op gang. De zaal was behoorlijk afwachtend en de opkomst was met 350 man ook niet echt groot te noemen. Het concert kabbelde dan ook wat voort waarbij opviel dat de 3 muzikanten op het podium erg goed op elkaar waren ingespeeld en Fish zich als een vis in het water op het podium voelde. Na het inzetten van de eerste noten van Incubus kwam het concert en de zaal in een stroomversnelling. Het publiek was duidelijk geroerd door de prachtige uitvoering van deze klassieker uit 1984. Dit nummer werd gevolgd door een degelijke uitvoering van A Gentleman’s Excuse Me en Slainte Mhath.

Vigil In A Wilderness Of Mirrors van het gelijknamige solo-album uit 1989 was het absolute hoogtepunt van het concert. In een wereld waar Facebook en Twitter als sociale media hoogtij vieren, maakte de zanger een statement om de zaal in te lopen met een microfoon en handenschuddend door het publiek contact te zoeken met zijn fishheads. Ondertussen zong hij het 8 minuten durende epos Vigil. Het enthousiasme van de zaal sloeg over naar het podium en het drinklied The Company werd ingezet. Deze song is al 20 jaar een publieksfavoriet en werd luidkeels meegezongen. Fugazi fungeerde als afsluiter en is voor de oudere Marillionfans een feest der herkenning. De uit duizenden herkenbare zin Where are the prophets, where are the poets and where are the visionaries werd luidkeels meegezongen. Toegift Lavender, afkomstig van het legendarische album Misplaced Childhood, werd verlengd met het eerste stuk van Bitter Suite; bij Fishheads en old school Marillionfans bekend als Blue Angel. Na ruim 2 uur en een kwartier was er een eind gekomen aan dit akoestische concert.

Dit akoestisch optreden smaakt naar meer en zou in de toekomst wel eens de definitieve richting van Fish kunnen zijn. De zanger kan meerdere vliegen in een klap slaan. Hij kan moeiteloos 2 uur op het podium staan en zijn zangkunsten vertonen, kan kleinschalige optredens in kleinere zalen doen en kan relatief low budget touren. Al gebiedt de eerlijkheid mij te zeggen dat een lekkere solo op de elektrische gitaar mijn voorkeur geniet.

 

Setlist

Chocolate Frogs

State of Mind

Somebody Special

Brother 52

Family Business

Punch & Judy

Zoe 25

Lady Let it Lie

Incubus

A Gentleman’s Excuse Me

Slainte Mhath

Vigil

The Company

Fugazi

Lavender / Blue Angel / Lavender

Skylge’s lair van Leap Day

 

Leap-Day-Skylges-Lair

Friese symfonische bries:Skylge’s lair van Leap Day

 

Skylge is Fries voor Terschelling, maar of het eiland een baai met vuurtoren kent zoals op het hoesje afgebeeld, betwijfel ik. Ik ben er maar een keer geweest, maar ik weet verder vrij zeker dat de hoge bergen, zoals getekend in het boekje, niet te vinden zijn op het overigens prachtige eiland. Een vuurtoren staat er wel! Alleen vermoed ik dat deze meer zal opvallen dan deze, die immers is verborgen in een grot. Lekker handig!

 

Voor zij die het nog niet weten, Leap Day is in 2006 door drummer Koen Roozen opgericht en bestaat uit een ratjetoe van muzikanten eerder actief in onder meer Flamborough Head, King Eider en Nice Beaver. Na het uitbrengen van een demo in 2008 verscheen in 2009 het debuut Awakening The Muse, dat terecht door collega Maarten Goossensen werd bejubeld. De heren hebben er blijkbaar zin in, want nog geen twee jaar later is Skylge’s Lair klaar.

 

Leap Day brengt het soort symfonische rock dat de liefhebber doet smullen, en de tegenstanders doen gruwen. Het leunt dankzij het toetsenspel van de maar liefst twee toetsenisten wat tegen de neoprog aan, en de band zou inderdaad een dubbelconcert met het Duitse Martigan moeten overwegen, hoewel dat ook een overkill aan hyper melodieuze toetsensolo’s en lyrische gitaarcapriolen kan betekenen.

 

Als we wat dieper op de plaat inzoomen bemerken we dat de productie enorm is verbeterd. Met name het basspel van Peter Stel komt veel sterker uit de mix, met zelfs een heuse (prachtige!) bassolo in Home At Last. Datzelfde nummer heeft een heerlijk, lekker flauw, Camel-achtig thema dat fantastisch wordt uitgewerkt. Maar ook met de dynamiek van de plaat zit het wel snor. Een nummer als Walls stormt lekker binnen, neemt gas terug, en gaat dan voortvarend van start. Ook de plaatopener The Messenger laat een volwassen band horen, die vol zelfvertrouwen de prog-scene wil laten horen wat ze in hun mars hebben.

 

Dat Eddie Mulder een fantastische gitarist is, behoeft geen betoog. Hij soleert in diverse nummers dat het lieve lust is, het mooiste aan het einde van Walls, hoewel de solo rond de 5 minuten ook niet mals is. De wisselwerking tussen hem en 1 van de toetsenisten is ook mooi. Jammer dat het boekje niet vermeld wie welke solo doet, want wie de toetsensolo doet in het instrumentale Skylge’s Lair verdient een Oskar (geen spelfout)!

 

Wat ik ook knap vind van Leap Day is dat de compositie centraal staat. Ze begrijpen de kunst van het weglaten, maar ook van de kunst een compositie het juiste mee te geven. Vooral Road To Yourself is daarvan een goed voorbeeld, en het is tevens een van de hoogtepunten van de plaat. Zanger Jos Harteveld is overigens voor Leap Day een droomzanger. Een goede zanger, maar bovendien sympathiek klinkend, alsof hij je wilt meenemen de muziek in. Prachtig is bijvoorbeeld hoe hij een simpele ballad als The Willow Tree volkomen naar zich toe kan trekken. Hij zingt rauw en gevoelig tegelijk en de eenvoud van het nummer is een welkome afwisseling tussen het symfonisch geweld van de omringende tracks. Ook de samenstelling van de cd is voorbeeldig. Hoe heerlijk de cd te eindigen met zo’n triomfantelijke melodie als in de afsluiter Time Passing By. Een werkelijk  fantastische afsluiter.

 

www.progwereld.org

 

 

Tim Knol in Bakkeveen

Tim Knol speelde zaterdagavond 8 januari een intiem concert in Theehuis De Slotplaats in Bakkeveen. Het theehuis is gelegen aan een bosrand en een vaart. In november was Tim aanwezig bij een concert van Greg Trooper en de locatie beviel hem dusdanig dat hij de organisatie beloofde in januari te komen spelen. Belofte maakt schuld en Tim Knol is een man van zijn woord.

 

Tim Knol was een van de jonge revelaties van 2010 met zijn debuutalbum. Hij werd door radiostations opgepikt en stond op diverse grote zomerfestivals. Zijn muziek is sterk door de Amerikaanse Westcoastmuziek bexefnvloed. In de traditie van songwriters als Gram Parsons, Bob Dylan en Neil Young en bands als The Byrds en The Flying Burrito Brothers speelt hij liedjes rechtuit het hart met een minimale begeleiding van een gitaar. Vanavond was Tim Knol solo op het podium in Bakkeveen.

 

De eerste set was wat rommelig. Tim Knol moest duidelijk wennen aan de intieme setting en het feit dat het publiek hem dicht op de huid zat. Je kon een speld horen vallen. Hij speelde enige nieuwe songs die hij nog niet vaak had gespeeld. Een enkel nummer beleefde in Bakkeveen zelfs zijn premiere. Hoogtepunt van de eerste set was zijn interpretatie van A Song For You van Gram Parsons.

 

Na een kort intermezzo begon de tweede set met tal van nummers in een akoestisch jasje van zijn debuut album. Deze songs werden goed voor het voetlicht gebracht. Het leek wel of Tim Knol zich beter in zijn vel voelde naarmate het concert vorderde. Sounds Familair, Or So I’am Told, Find All The Love en Driving Home waren muzikale hoogtepunten. Afsluiter van de avond was zijn succesnummer Sam. Hij kwam nog eenmaal terug met een ontroerende song: Music In My Room tevens het titelnummer van zijn akoestische album.

 

Al met al een geslaagd optreden met enige schoonheidsfoutjes van een artiest van slechts 21 jaar oud. Door het veelvuldig spelen in kleine en grotere zalen kan hij zijn singer songwriter capaciteiten perfectioneren en dat zal zijn composties naar een hoger muzikaal plan kunnen tillen. Het begin is tot nu toe veelbelovend en ik wacht met spanning op het nieuwe album dat in het voorjaar uit zal komen. Tim Knol heeft aangekondigd dat het album zal gaan over zijn roadleven met de band gedurende het succesvolle afgelopen jaar. Days are rushing by werd gespeeld tijdens dit optreden en was een voorproefje op wat het komende album te bieden heeft.

 

 

De sprookjeswereld van Jonsi in Groningen

Jonsi, de eigenzinnige zanger van de IJslandse band Sigur Ros heeft dit jaar een solo-album Go gemaakt. Dit album ligt in het verlengde van het oeuvre van deze band. Na succesvolle optredens in Paradiso en op Lowlands afgelopen zomer volgde er dinsdag 23 november een optreden in De Oosterpoort in Groningen. Het voorprogramma werd door een Canadees trio met de intrigerende naam Timber Timbre verzorgd; intrigerende filmische muziek met onmiskenbare folkinvloeden.

Om half 10 begint Jonsi verrassend klein en intiem. De zaal is direct muisstil voor Jonsi met slechts een gitaar in de hand (geen strijkstokken dit keer), die een akoestisch liedje inzet, met slechts een spotje op hem gericht. Alleen dat is al goed voor koude rillingen bij het publiek: die altijd boeiende stem die ongenadig de hoogte in schiet en slechts enkele keren subtiel wordt aangevuld met een xylofoon-aanslag in dezelfde toonsoort. Een zekere magie is meteen voelbaar.

De opening van het concert blijft enkele nummers lang traag en ingetogen Bij het nummer Hengilas worden voor het eerst de prachtige visuals zichtbaar: oude bladzijden van een boek op de schermen lijken langzaam te worden verbrand door vlammen, wat er verbluffend uitziet en de gedragen sfeer van het liedje geweldig ondersteunt. De subtiliteit gaat pas een kwartier in de set overboord met het bombastisch eindigende Kolniour met forse lawaai-explosie, stroboscooplichten tot achterin de zaal en rennende wolven op de schermen. Op die manier ontvouwt zich een zowel in muzikaal als visueel opzicht verbluffend concert, met een prachtige afwisseling tussen piepkleine, intieme momenten en hevig aanzwellende stukken van groots drama, voor een adorerend publiek dat tot seconden na de liedjes doodstil blijft. Ook bij de officieel niet uitgebrachte en dus onbekende liedjes. Ongelooflijk.

De vier jonge begeleiders van Jonsi spelen opmerkelijk strak. Terwijl Jonsi vooral gitaar en een beetje piano speelt, is het bijna wonderlijk hoe ze het volle geluid van de plaat op het podium nagenoeg perfect en loepzuiver weten te reproduceren. De duimen gaan extra omhoog voor een virtuoze man op de xylo- en vibrafoon en een drummer die zich op de meest uitbundige momenten helemaal laat gaan. Zoals in de achter elkaar gespeelde snellere, opgetogen liedjes Go Do en Boy Lilikoi.

Hoogtepunt van het album Grow Till Tall blijkt echter ook live als afsluiter de absolute climax: terwijl een rustig regenbuitje op de schermen zich ontvouwt tot een hevige sneeuwstorm, zwelt de brok in de keel veroorzakende finale van dit liedje loeihard aan, middels een niet te stoppen, oorverdovende gitaargeluidsmuur tot op orkaankracht.

Ook zonder Sigur Ros weet Jonsi kortom met gemak zijn toehoorders metershoog de lucht in de tillen, terwijl ze langzaam maar zeker in die heel andere wereld van de IJslander terecht komen. Een paradijs met hemels mooie muziek, en al die vogels, vlinders en andere dieren die op de achtergrond in beeld voorbij zijn gekomen. Zo indrukwekkend heb ik het lange tijd niet meer meegemaakt bij een concert.

 

Setlist 

 

Stars in Still Water

Hengilas

Icicle Sleeves

Kolni0ur

Tornado

Sinking Friendships

Saint Naieve

Go Do

Boy Lilikoi

Animal Arithmetic

New Piano Song

Around Us

 

Sticks & Stones

Grow Till Tall

 

 

Nice Beaver en PBII live on stage in Drachten

Zaterdag 2 oktober stond er een op voorhand interessant affiche in cultureel centrum Iduna in Drachten. De bands Nice Beaver en PBII staan garant voor gedegen progressieve rock vanuit verschillende, en soms onverwachte, muzikale invalshoeken. Het publiek kon de weg naar Drachten blijkbaar niet vinden. Inclusief vrienden en bekenden telde het publiek niet meer dan 30 personen. Symptomatisch voor progressieve rock of een uitzondering op de regel? Ik hoop het laatste. Nice Beaver mocht de avond beginnen.

De band Nice Beaver komt uit Papendrecht en is al geruime actief in de progressieve rock. Het heeft een aantal albums in eigen beheer uitgebracht en heeft een behoorlijk oeuvre opgebouwd. Toetsenist Erik Overweg fungeerde als zanger waarbij het mij opviel dat hij soms moeite had om boven de muziek uit te komen. De band heeft blijkbaar duidelijk een voorliefde voor het Canadese trio Rush. Het gitaarspel van de gitarist van Nice Beaver, Hans Gerritse, had duidelijk overeenkomsten met Alex Lifeson. Een tweede invloed die duidelijk naar voren kwam was Camel en in het bijzonder het gitaarspel van Andrew Latimer. De nummers kenmerkten zich door vele tempowisselingen. Rustige passages werden afgewisseld door Porcupine Tree-achtige arrangementen. De muziek was een mengeling van traditionele symfo met neo-progressieve rock, waarin de gitaar een meer dominante rol heeft. De setlist was afwisselend en het publiek genoot zichtbaar. Hoogtepunten waren voor mij het epische Nights in armour en Oregon. De band speelde ruim 75 minuten en kwam goed voor de dag. Muzikaal was het dik in orde.

PBII is de navolger van de Plackband en is afkomstig uit Den Haag. De muzikanten zijn al drie decennia actief in de muziek. De band bracht begin dit jaar het album Plastic soup uit die in progressieve rockkringen luid werd bejubeld. Deze band heeft live een vol geluid: eenmix van old school Genesis en new school Porcupine Tree. Duidelijk is te zien dat je te maken hebt met goede muzikanten met veel ervaring. Een strakke ritmesectie ondersteunde het geheel. Beeldbepalend voor het geluid zijn de toetsenist Michel van Wassem en gitarist Ronald Brautigam. Praktisch het hele album Plastic soup werd live gespeeld. Voor intermezzo’s zorgde bassist Harry den Hartog met een solonummer waarop een bas als akoestische gitaar wordt bespeeld en enige ballades waarin zangeres Mariska van der Krul haar niet geringe kunsten vertoonde. De zangeres maakte zaterdag haar debuut in PBII. Het haalde de vaart uit het concert en was voor mij als liefhebber niet echt interessant. Het geluid was deze avond uitstekend verzorgd door de aanwezige crew. De band speelde ruim anderhalf uur. Muzikaal was het dik in orde hoewel enige songs erg op elkaar leken.

Al met al een geslaagde avond van twee degelijke bands waar zowel bands als publiek van de muziek genoten ondanks een slechte opkomst van het publiek. Aan de muziek lag het vanavond in ieder geval niet.

 

Nice Beaver

 

Erik Overweg:toetsen en zang

Hans Gerritse:gitaar

Peter Stel:bas

Johan van den Berg:drums

 

PBII

 

Michel van Wassem:toetsen en zang

Ronald Brautigam:gitaar

Harrie den Hartog:bas

Tom van der Meulen:drums

 

Jonsi is onweerstaanbaar goed op Lowlands 2010

Jonsi op Lowlands 2010. (Foto_ Nick Helderman)

Nadat zijn band in 2008 al een lichtvoetiger kant op ging, zet de IJslandse voorman Jonsi die lijn door met zijn tweede soloplaat Go. Vrolijke fluitjes, dromerige strijkers, teksten als ‘you’re spiritful’. Kortom: indiepop uit een sprookjeswereld.

Jonsi zou een wedstrijdje Knap Zingen winnen van andere geweldenaars als Jeff Buckley of Thom Yorke: de toch niet al te simpele zanglijnen van zijn album reproduceert hij moeiteloos. Hij schakelt met gemak van een hoge naar ijzig hoge (aan laag doet hij niet) zangstem. Soms is dat een intieme klaagzang, alleen met begeleiding van een piano, soms uptempo met ratelende en tegendraadse percussie en een orkestje van bas, xylofoon en synthesizers achter zich. ‘Animal Arithmetic’ lijkt bijvoorbeeld op een half gerapt kinderliedje en klinkt warempel hitgevoelig.

Voor de variatie zorgen verder een uitstapje naar het midden van het podium voor een sessie xylofoonspelen met de hele groep, en Jonsi die op een gegeven moment zijn eigen stem met een effectpedaaltje door de mangel haalt. Je moet van de vaak wat vervreemdende composities houden (typisch IJslandse snit, denk Bjork en Sigur Ros), maar het is erg goed uitgevoerd.

Het tijdstip is ietwat ongelukkig gekozen: van buiten de tent dringt fel zonlicht door, waardoor het samenspel van lichteffecten, achtergrondprojecties (sneeuw en geabstraheerd galopperend wild in zwart-wit) en de sprookjesachtige muziek minder effectief is dan het zou kunnen zijn. In deze muziek moet je jezelf onderdompelen, dat lukt nu niet helemaal.

De hele show lang besteedt Jonsi geen enkele aandacht aan zijn publiek, maar na afloop komt hij met de hele band terug het podium op om op een rijtje een buiging te maken, als in een theater. Het past bij zijn show: hij geeft niet zomaar een optreden, hij geeft een Voorstelling. En wat voor een.

 

 

 

Muse glorieert op een warm, sfeervol en jubilerend Glastonbury Festival

Het Engelse trio Muse was de headliner van de veertigste editie van het vermaarde Glastonbury Festival op zaterdag 26 juni. Het publiek had eerder op die dag genoten van spetterende optredens van onder meer The Editors en The Black Keys. Afsluiter van de tweede dag van het festival was Muse.De band heeft in de laatste jaren een aantal zeer succesvolle albums uitgebracht en heeft een grote schare van fans opgebouwd. Verder heeft de band een uitstekende live-reputatie. De muziek van Muse wordt omschreven als progressieve rock. Het is een combinatie van (hard)rock en klassieke invloeden, in het latere werk soms aangevuld met elektronica. Een ander kenmerk is het bombastische en pretentieuze in de muziek, dat ook terugkomt in de optredens van de band. Zanger Matthew Bellamy gebruikt vaak zijn falsetstem en schrijft over onderwerpen zoals liefde, complottheoriexebn, het buitenaardse en politieke kwesties.

De band begint overdonderend met een prachtige uitvoering van Uprising; een van de succesnummers van het laatste album The resistance. Uprising wordt gevolgd door Supermassive black hole en New born. Deze songs behoren tot de grote publieksfavorieten en kunnen dan ook op veel enthousiaste bijval rekenen. Na dit energieke begin volgen enkele rustige nummers. De band kan zich als een ware kameleon in vele kleurschakeringen camoufleren. Prachtige ingetogen ballades met Matthew Bellamy op de piano vormen een sterk contrast met de power die dit trio ook in zich heeft. Nishe is een goed voorbeeld van een ingetogen ballade met sterk pianospel van Matthew Bellamy. Verder kenmerkt de set zich als een geoliede muziekmachine. Klassiekers en hits worden in rap tempo gespeeld met een enorme power en soms naar bombasme neigend. Stockholm syndrome eindigt in een waar spektakel met een geweldige lichtshow en een glansrol voor de drummer.

Na een korte pauze volgen de toegiften en de grote verrassing is, dat David Evans op het podium verschijnt. U2 heeft zich wegens ziekte van de zanger Paul Hewson van het festival moeten terugtrekken. David Evans had blijkbaar wel zin in een klein publieksoptreden. Where the streets have no name met op leadgitaar David Evans en op zang Matthew Bellamy kon op grote bijval van het publiek rekenen. Knights of Cydonia was de bombastische afsluiter met alle toeters en bellen wat licht- en pyrotechniek betreft. Al met al een geslaagd optreden van de band op deze jubileumuitgave van Glastonbury.

 

 

 

 

 

Thom Yorke en Johnny Greenwood spelen op Glastonbury als verrassingsact

Het veertig jaar jubileum van het Engelse popfestival Glastonbury werd vrijdag met een verrassingsact opgeluisterd. De zanger Thom Yorke verscheen alleen op de bxfchne. Hij speelde een drietal songs afkomstig van zijn solo-album. Tot groot vermaak van het talrijk aanwezige publiek kwam na een kwartiertje spelen, Johnny Greenwood Thom Yorke vergezellen. De gitarist en de zanger van Radiohead speelden zes songs uit het Radiohead-oeuvre. Wat opviel was het speelplezier van beide heren. Zij sloten dit verrassingsoptreden af met de klassiekers Karma Police en Street spirit (fade out). Misschien was dit optreden een voorbode van Radiohead als band op de volgende editie van Glastonbury. Aan de reacties van het publiek te zien en te horen, zijn deze stijliconen van de vernieuwing in de muziek in de negentiger jaren van de vorige eeuw nog steeds immens populair.

Setlist

The eraser

Harrowdown hill

Black swan

Cymbal rush

Weird fishes/arpeggi

Pyramid song

Idiotheque

Karma police

Street spirit (fade out)

 

25 juni Glastonbury, Pilton, England

The Temper Trap: Australische belofte voor de toekomst

The temper trap pp10 Op vrijdag 29 mei speelde de Australische indieband The Temper Trap op Pinkpop 2010.The Temper Trap kiest weliswaar voor een groot geluid, maar is in de kern bescheiden en subtiel. Die bescheidenheid zit hem ook in de songs: er zijn geen grote refreinen, maar er is sprake van een subtiele opbouw. Soms behoorlijk meeslepend, maar altijd strak gespeeld. De ritmesectie zorgt voor een gedegen en strakke basis van de muziek.The Temper Trap haalt zijn inspiratie uit het oeuvre van andere bands en schaamt zich daar absoluut niet voor. Maar er is meer. Zo hoor je de meerstemmige zangpartijen van bijvoorbeeld The Arcade Fire en de baslijnen lijken zo uit het vroeg jaren 80 werk van The Cure te komen. Zij hebben dezelfde stuwing en finesses en er wordt regelmatig de ruimte genomen voor instrumentale zijpaden. Gestileerd, maar niet gelikt. Hier zie je een band met goede muzikanten met weinig opsmuk. In deze tijden een ware verademing.De setlist is gedegen en na een stief kwartiertje komt de band echt op gang. Het prijsnummer van de band en de doorbraakhit Sweet Disposition zit goed in elkaar en refereert naar de muziek van U2 en gitarist David Evans (The Edge) in het bijzonder. Die gitaarlick van The Edge in Sweet Disposition is natuurlijk onmiskenbaar. Hij komt in meer nummers terug en geeft de muziek een prettige smoel. Met zijn slotakkoord van Sweet Disposition geeft de drummer een eresaluut aan Sunday Bloody Sunday De slotsong Science Of Fear is grillig en diep, maar toch erg pakkend. Het is een onderhoudend optreden van een goede band die het in zich heeft om een belangrijke speler in de indiewereld te worden. De band bevindt zich na de stormachtige beginfase in een overgangsfase. Wordt de stap naar het grote werk en erkenning gezet of blijft de band hangen in schoonheid en bescheidenheid?

Transatlantic in 013 Tilburg

Transatlantic_013_2010

Meestergitarist Roine Stolt in actie

Na lange tijd buiten dienst te zijn geweest, streek de intercontinentale zeppelin van Transatlantic afgelopen donderdag voor het eerst in bijna tien jaar weer neer in Tilburg. Dit duidelijk tot grote vreugde van de zeer talrijke aanwezigen, die met gejuich, handgeklap en meezingen deze bijna vier uur durende bijeenkomst tot stevig succes maakten.

UITGESPONNEN

Een voorprogramma is er vanavond niet, maar dat zal niemand missen. De heren van Transatlantic (net als de vorige keer aangevuld met Daniel Gildenlow van Pain Of Salvation) mogen dan niet heel vaak langskomen, als ze er zijn, nemen ze de tijd voor een concert. Dat is trouwens ook niet zo raar als je bedenkt dat deze band grossiert in weids uitgesponnen composities die zomaar een half uur in beslag kunnen nemen. Voor je gevoel is dat echter een stuk korter, want deze supergroep schept zoals de meeste progressieve bands veel genoegen in het produceren van spetterend instrumentaal vuurwerk dat door de echte liefhebber met bewondering wordt gadegeslagen. Daarvan zijn er in deze contreien duidelijk meer dan genoeg, want de grote zaal zit werkelijk stampvol. Wat wil je ook met de misschien wel meest gerespecteerde drummer in de hedendaagse progressieve wereld Mike Portnoy achter de kit en grote namen Roine Stolt (vooral bekend van The Flower Kings) en Pete Trewavas (Marillion) op gitaar en bas. Het grootste stempel op de muziek wordt echter ongetwijfeld gedrukt door toetsenist en zanger Neal Morse, het brein achter Spock’s Beard wiens liefde voor The Beatles en The Beach Boys duidelijk aan de oppervlakte treedt in de melodieuze refreinen en de veel voorkomende harmonische samenzang in de stukken. Daardoor blijft deze groep met al haar technisch vernuft toch altijd opvallend toegankelijk klinken, wat het publiek weer meer dan genoeg gelegenheid geeft tot meeklappen en x96zingen. Waar het dan ook grif gebruik van maakt.

MEESLEPEND

Het concert wordt echter zeker ook tot een meeslepend gebeuren door de intelligente opbouw van de beide sets die de groep vanavond speelt en het zichtbare en aanstekelijke plezier waarmee het vijftal het materiaal vertolkt (zelfs Daniel Gildenlow, die muzikaal gezien slechts een zeer bescheiden bijdrage levert aan het geheel met achtergrondzang, ondersteunend werk op gitaar en toetsen en wat percussie, is een zeer levendige presentie op het podium). Men wisselt relatief intieme en extraverte momenten goed af en bovendien kennen de eerste en laatste set alle twee een episch slot met respectievelijk Dancing With Eternal Glory en Stranger In Your Soul. Die titels geven trouwens een goede indicatie van de voornamelijk religieus georixebnteerde preoccupaties van tekstschrijver Morse, die zijn handen als hij ze even vrij heeft ook graag enthousiast in de lucht steekt als ware hij de blij prekende voorganger van een gemeente. Het zorgt voor een heel positieve en welbeschouwd ook behoorlijk brave sfeer, die het publiek zicht- en hoorbaar goed ligt. Toch is het niet enkel opgewekte ernst wat de klok slaat: met name Portnoy staat regelmatig garant voor wat komisch contrast. Dat komt bij de toegift misschien nog wel het meest sprekend tot uitdrukking wanneer Morse, Trewavas en hijzelf midden in een nummer onderling van instrument wisselen, waarna hij een door de hele zaal grommende ‘baspedaalsolo’ ten beste geeft. Ook kan hij het uiteindelijk even niet laten zijn metalen wortels te eren met wat fijne blastbeatpassages, waarmee hij deze vriendelijke bijeenkomst toch nog een scherp randje meegeeft. Dat mocht eerlijk gezegd ook wel, hoewel het geen twijfel lijdt dat het overgrote merendeel van het publiek dit welhaast vier uur durende progressieve festijn ook zonder deze leuke luide toevoegingen als uitermate geslaagd zou bestempelen. En dat is gezien de vanavond geleverde muzikale prestaties ook zonder meer gerechtvaardigd.

Bron:www.3voor12.vpro.nl